Naar de inhoud

stijfvloeken

iemand met vloeken en scheldwoorden overladen

stijfvloeken

werkwoord

Betekenis

  1. iemand met vloeken en scheldwoorden overladen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van stijfvloeken

stijfvloekenhele werkwoord — vloekte stijfverleden tijd enkelvoud — vloekten stijfverleden tijd meervoud — stijfgevloektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vloek stijf vloekte stijf
jij vloekt stijf vloekte stijf
hij, zij, het vloekt stijf vloekte stijf
wij vloeken stijf vloekten stijf
jullie vloeken stijf vloekten stijf
zij vloeken stijf vloekten stijf
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is stijfgevloekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was stijfgevloekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd stijfgevloekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt stijfgevloekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal stijfgevloekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal stijfgevloekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou stijfgevloekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou stijfgevloekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stijfgevloekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stijf te vloeken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stijf te zullen vloeken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stijf zal vloeken bijzin, toekomende tijd
stijf zou vloeken bijzin, voorwaardelijk
stijf zouden vloeken bijzin, voorwaardelijk
stijf zoudt vloeken bijzin, voorwaardelijk
stijf zullen vloeken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stijf zullen vloeken bijzin, toekomende tijd
stijf zult vloeken bijzin, toekomende tijd
stijfgevloekt verleden tijd, deelwoord
stijfgevloekt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stijfgevloekt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stijfgevloekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stijfgevloekt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stijfgevloekt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stijfgevloekt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stijfgevloekt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stijfgevloekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stijfgevloekt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stijfgevloekt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stijfvloek bijzin, tegenwoordige tijd
stijfvloekend onvoltooid, deelwoord
stijfvloekt bijzin, tegenwoordige tijd
stijfvloekte bijzin, verleden tijd
stijfvloekten bijzin, verleden tijd
te hebben stijfgevloekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stijfvloeken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vloek stijf gebiedende wijs
vloekte stijf verleden tijd
waart stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was stijfgevloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt stijfgevloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal stijfgevloekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stijfgevloekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal stijfgevloekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal stijfgevloekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stijfgevloekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal stijfvloeken bijzin, toekomende tijd
zijn stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt stijfgevloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou stijfgevloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stijfgevloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stijfgevloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stijfgevloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stijfgevloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stijfgevloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou stijfvloeken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) stijfvloeken stijf zou(dt) vloeken bijzin, voorwaardelijk
zouden stijfgevloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stijfgevloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stijfgevloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stijfgevloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stijfgevloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stijfgevloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden stijfvloeken bijzin, voorwaardelijk
zoudt stijfgevloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stijfgevloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt stijfvloeken bijzin, voorwaardelijk
zullen stijfgevloekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stijfgevloekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stijfgevloekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stijfgevloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stijfgevloekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stijfgevloekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stijfgevloekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stijfvloeken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stijfvloeken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen stijfvloeken bijzin, toekomende tijd
zult stijfgevloekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van stijf en vloeken

Woordfamilie van stijfvloeken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stijfgevloekt voltooid deelwoord stijfvloeken
stijfgevloekte woordvorm stijfvloeken
stijfvloek subordinate-clause, tegenwoordige tijd stijfvloeken
stijfvloeke with-subordinate-clause stijfvloeken
stijfvloekend onvoltooid deelwoord stijfvloeken
stijfvloekende woordvorm stijfvloeken
stijfvloekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd stijfvloeken
stijfvloekte subordinate-clause, verleden tijd stijfvloeken
stijfvloekten subordinate-clause, verleden tijd stijfvloeken
vloek stijf gebiedende wijs stijfvloeken
vloeke stijf woordvorm stijfvloeken
vloeken stijf aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon stijfvloeken
vloekt stijf aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stijfvloeken
vloekte stijf verleden tijd stijfvloeken
vloekten stijf aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stijfvloeken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stijfvloeken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stijfvloeken

Wat is de betekenis van stijfvloeken?
Stijfvloeken is een werkwoord. De betekenis is: iemand met vloeken en scheldwoorden overladen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik stijfvloeken?
Zo vervoeg je stijfvloeken zo: het voltooid deelwoord is stijfgevloekt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stijfvloeken is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. F 4
  6. V 4
  7. L 3
  8. O 1
  9. E 1
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stijfvloeken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. F 4
  6. V 4
  7. L 3
  8. O 1
  9. E 1
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 zonder bonus
  14. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stijfvloeken in het kort

stijfvloeken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van stijfvloeken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stijfvloeken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stijfvloeken: iemand met vloeken en scheldwoorden overladen
Deel stijfvloeken — standaardnederlands.nl