stevenen
werkwoordBetekenis
- koers zetten, varen
Vervoeging van stevenen
stevenenhele werkwoord — stevendeverleden tijd enkelvoud — stevendenverleden tijd meervoud — gestevendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steven | stevende |
| jij | stevent | stevende |
| hij, zij, het | stevent | stevende |
| wij | stevenen | stevenden |
| jullie | stevenen | stevenden |
| zij | stevenen | stevenden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestevend | verleden tijd, deelwoord |
| gestevend te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestevend zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| steven | gebiedende wijs |
| stevende | verleden tijd |
| stevene | aanvoegende wijs |
| stevenend | onvoltooid, deelwoord |
| te stevenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gestevend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stevenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestevend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestevend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestevend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestevend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestevend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestevend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestevend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gestevend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestevend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestevend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestevend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestevend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestevend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestevend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestevend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestevend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestevend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestevend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestevend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestevend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestevend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestevend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stevenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestevend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stevenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van steven met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van stevenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestevend | voltooid deelwoord | stevenen |
| gestevende | woordvorm | stevenen |
| stevende | verleden tijd | stevenen |
| stevenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stevenen |
| stevene | aanvoegende wijs | stevenen |
| stevenend | onvoltooid deelwoord | stevenen |
| stevenende | woordvorm | stevenen |
| stevent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stevenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stevenen zijn vastgelegd.