berk
zelfstandig naamwoord /bɛrk/Betekenis
- een katjes dragende boom, kenmerkend is het in horizontale banden afschilferende schors
Hoe spreek je berk uit?
/bɛrk/
Berk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor katjes dragende bomen en struiken uit het geslacht Betula, kenmerkend is hun in horizontale banden afschilferende schors
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| berken | meervoud |
| berkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| berkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘loofboom met witte schors’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1050.
Woordfamilie van berk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| berkje | verkleinwoord | berk |
| berkjes | verkleinwoord meervoud | berk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van berk zijn vastgelegd.