steppen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /stɛpə/Betekenis
- voortbewegen met behulp van een step
- fitnessoefeningen doen met de steps
- (van paarden) bij het draven de voorknieën hoog opheffen en krachtig buigen
Hoe spreek je steppen uit?
/stɛpə/
Steppen bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| p | pak |
| ə | de |
werkwoord
- bij het draven de voorknieën hoog opheffen en krachtig buigen unergative
Vervoeging van steppen
steppenhele werkwoord — stepteverleden tijd enkelvoud — steptenverleden tijd meervoud — gesteptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | step | stepte |
| jij | stept | stepte |
| hij, zij, het | stept | stepte |
| wij | steppen | stepten |
| jullie | steppen | stepten |
| zij | steppen | stepten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gestept | verleden tijd, deelwoord |
| gestept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| step | gebiedende wijs |
| steppe | aanvoegende wijs |
| steppend | onvoltooid, deelwoord |
| stepte | verleden tijd |
| te hebben gestept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te steppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen steppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal steppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal steppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal steppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou steppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou steppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou steppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden steppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden steppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden steppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt steppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen steppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen steppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen steppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen steppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult steppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord step
Woordfamilie van steppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestept | voltooid deelwoord | steppen |
| steppend | onvoltooid deelwoord | steppen |
| steppende | woordvorm | steppen |
| stept | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | steppen |
| stepte | verleden tijd | steppen |
| stepten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | steppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steppen zijn vastgelegd.