stempelen
werkwoord ˈstɛmpələ(n)Betekenis
- iets van een zichtbare opdruk voorzien middels een stempel
- een uitkering gaan halen
Hoe spreek je stempelen uit?
/ˈstɛmpələn/
Stempelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stempelen
stempelenhele werkwoord — stempeldeverleden tijd enkelvoud — stempeldenverleden tijd meervoud — gestempeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stempel | stempelde |
| jij | stempelt | stempelde |
| hij, zij, het | stempelt | stempelde |
| wij | stempelen | stempelden |
| jullie | stempelen | stempelden |
| zij | stempelen | stempelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestempeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestempeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestempeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestempeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestempeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestempeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestempeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestempeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestempeld | verleden tijd, deelwoord |
| gestempeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestempeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestempeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestempeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestempeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestempeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestempeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestempeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestempeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestempeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestempeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestempeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestempeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestempeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestempeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestempeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestempeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestempeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stempel | gebiedende wijs |
| stempelde | verleden tijd |
| stempele | aanvoegende wijs |
| stempelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestempeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stempelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stempelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestempeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestempeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestempeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestempeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestempeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestempeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestempeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestempeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestempeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestempeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestempeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestempeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestempeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestempeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestempeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestempeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestempeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestempeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestempeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestempeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestempeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestempeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestempeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestempeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestempeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestempeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestempeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestempeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestempeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestempeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestempeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestempeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestempeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestempeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stempelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestempeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestempeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestempeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stempelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van stempel met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van stempelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestempeld | voltooid deelwoord | stempelen |
| gestempelde | woordvorm | stempelen |
| stempelde | verleden tijd | stempelen |
| stempelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stempelen |
| stempele | aanvoegende wijs | stempelen |
| stempelend | onvoltooid deelwoord | stempelen |
| stempelende | woordvorm | stempelen |
| stempelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stempelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stempelen zijn vastgelegd.