Naar de inhoud

bestempelen

ergens een stempel opzetten

bestempelen

werkwoord bəˈstɛmpələ(n)

Betekenis

  1. ergens een stempel opzetten
  2. overdrachtelijk: iets of iemand -al of niet terecht- in een bepaalde categorie plaatsen

Hoe spreek je bestempelen uit?

/bəˈstɛmpələn/

Bestempelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈstɛmpələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
t tak
ɛ bed
m maan
p pak
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bestempelen

bestempelenhele werkwoord — bestempeldeverleden tijd enkelvoud — bestempeldenverleden tijd meervoud — bestempeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestempel bestempelde
jij bestempelt bestempelde
hij, zij, het bestempelt bestempelde
wij bestempelen bestempelden
jullie bestempelen bestempelden
zij bestempelen bestempelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bestempel gebiedende wijs
bestempeld verleden tijd, deelwoord
bestempeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestempeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestempeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestempeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestempeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestempeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestempeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestempeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestempeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestempeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestempelde verleden tijd
bestempele aanvoegende wijs
bestempelend onvoltooid, deelwoord
er is bestempeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bestempeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bestempeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bestempeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bestempeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bestempeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bestempeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bestempeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bestempeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bestempeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bestempeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bestempeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bestempeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bestempeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bestempeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestempeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bestempelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bestempeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bestempelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bestempeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestempeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bestempeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestempeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bestempeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bestempeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bestempeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bestempeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bestempeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bestempeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bestempeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bestempeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bestempeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bestempeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bestempeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bestempeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bestempeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bestempeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bestempeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bestempeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bestempeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestempeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bestempeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bestempeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestempeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bestempeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bestempeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestempeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestempeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestempeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestempeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestempeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bestempeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestempeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestempeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestempeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestempeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestempeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bestempeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestempeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bestempeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestempeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestempeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestempeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestempeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestempeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestempelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bestempeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestempeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestempeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestempelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van stempelen met het voorvoegsel be- of afgeleid van stempel met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bestempelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bestempel gebiedende wijs bestempelen
bestempeld voltooid deelwoord bestempelen
bestempelde verleden tijd bestempelen
bestempelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bestempelen
bestempele aanvoegende wijs bestempelen
bestempelend onvoltooid deelwoord bestempelen
bestempelende woordvorm bestempelen
bestempelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bestempelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestempelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bestempelen

Hoe spreek ik bestempelen uit?
Zo spreek je bestempelen uit: /bəˈstɛmpələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bestempelen?
Bestempelen is een werkwoord. De betekenis is: ergens een stempel opzetten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bestempelen?
Zo vervoeg je bestempelen zo: de tegenwoordige tijd is bestempel, de verleden tijd is bestempelde en het voltooid deelwoord is bestempeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bestempelen?

Bestempelen rijmt op 2 woorden op -empelen; stempelen en exempelen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bestempelen, uitspraak bəˈstɛmpələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
stempelen 3
exempelen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bestempelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bestempelen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. P 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bestempelen in het kort

bestempelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bestempelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bestempelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bestempelen: ergens een stempel opzetten
Deel bestempelen — standaardnederlands.nl