statie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- standplaats (van een priester)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staties | meervoud |
| statiën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘elk van de veertien afbeeldingen die in de r.-k. kerk de kruisweg vormen’ voor het eerst aangetroffen in 1841
Woordfamilie van statie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| staties | meervoud | statie |
| statiën | meervoud | statie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van statie zijn vastgelegd.