statisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- rustig, zich in evenwicht bevindend
- stil, niet beweeglijk
- betrekking hebbend op de statica
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| statische | verbogen, stellende trap |
| statischer | onverbogen, vergrotende trap |
| statischere | verbogen, vergrotende trap |
| statischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘niet beweeglijk’ voor het eerst aangetroffen in 1868
Woordfamilie van statisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| statische | verbogen vorm | statisch |
| statischer | vergrotende trap | statisch |
| statischere | verbogen vergrotende trap | statisch |
| statischers | partitieve vergrotende trap | statisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van statisch zijn vastgelegd.