Naar de inhoud

spuwen

speeksel met vaart buiten de mond doen komen

spuwen

werkwoord /'spyʋə(n)/

Betekenis

  1. speeksel met vaart buiten de mond doen komen
  2. water of ander materiaal met vaart naar buiten doen komen

Hoe spreek je spuwen uit?

/ˈspywən/

Spuwen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈspywən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
y fuut
w quiz
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van spuwen

spuwenhele werkwoord — spuwdeverleden tijd enkelvoud — spuwdenverleden tijd meervoud — gespuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spuw spuwde
jij spuwt spuwde
hij, zij, het spuwt spuwde
wij spuwen spuwden
jullie spuwen spuwden
zij spuwen spuwden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gespuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespuwd verleden tijd, deelwoord
gespuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spuw gebiedende wijs
spuwde verleden tijd
spuwe aanvoegende wijs
spuwend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gespuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gespuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘door de mond uitwerpen’ voor het eerst aangetroffen in 1240.

Woordfamilie van spuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespuwd voltooid deelwoord spuwen
gespuwde woordvorm spuwen
spuw gebiedende wijs spuwen
spuwde verleden tijd spuwen
spuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spuwen
spuwe aanvoegende wijs spuwen
spuwend onvoltooid deelwoord spuwen
spuwende woordvorm spuwen
spuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spuwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over spuwen

Hoe spreek ik spuwen uit?
Zo spreek je spuwen uit: /'spyʋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van spuwen?
Spuwen is een werkwoord. De betekenis is: speeksel met vaart buiten de mond doen komen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik spuwen?
Zo vervoeg je spuwen zo: de tegenwoordige tijd is spuw, de verleden tijd is spuwde en het voltooid deelwoord is gespuwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op spuwen?

Op spuwen rijmen 3 woorden, onder andere luwen, bespuwen en longyearbyen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op spuwen, uitspraak ˈspywən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
luwen 2
bespuwen 3
longyearbyen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spuwen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. U 4
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spuwen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. U 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

spuwen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

spuwen in het kort

spuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van spuwen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort spuwen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

spuwen: speeksel met vaart buiten de mond doen komen
Deel spuwen — standaardnederlands.nl