luwen
werkwoord /ˈlywə(n)/Betekenis
- minder hard gaan waaien, minder hevig worden
Hoe spreek je luwen uit?
/ˈlywən/
Luwen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| y | fuut |
| w | quiz |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van luwen
luwenhele werkwoord — luwdeverleden tijd enkelvoud — luwdenverleden tijd meervoud — geluwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | luw | luwde |
| jij | luwt | luwde |
| hij, zij, het | luwt | luwde |
| wij | luwen | luwden |
| jullie | luwen | luwden |
| zij | luwen | luwden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geluwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geluwd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geluwd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geluwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geluwd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geluwd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geluwd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geluwd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geluwd | verleden tijd, deelwoord |
| geluwd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geluwd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geluwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geluwd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geluwd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geluwd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geluwd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geluwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geluwd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geluwd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geluwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geluwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geluwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geluwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geluwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geluwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geluwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geluwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| luw | gebiedende wijs |
| luwde | verleden tijd |
| luwe | aanvoegende wijs |
| luwend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geluwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te luwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen luwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geluwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geluwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geluwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geluwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geluwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geluwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geluwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geluwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geluwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geluwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geluwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geluwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geluwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geluwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geluwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geluwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geluwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geluwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geluwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geluwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geluwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geluwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geluwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geluwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geluwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal luwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal luwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal luwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geluwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geluwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geluwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geluwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geluwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geluwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geluwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou luwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou luwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou luwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geluwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geluwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geluwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geluwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geluwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geluwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden luwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden luwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden luwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geluwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geluwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt luwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geluwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geluwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geluwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geluwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geluwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geluwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen luwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen luwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen luwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen luwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geluwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geluwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geluwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult luwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordfamilie van luwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geluwd | voltooid deelwoord | luwen |
| geluwde | woordvorm | luwen |
| luwde | verleden tijd | luwen |
| luwden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | luwen |
| luwend | onvoltooid deelwoord | luwen |
| luwende | woordvorm | luwen |
| luwt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | luwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luwen zijn vastgelegd.