spouw
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- luchtruimte tussen twee muren van een dubbele z.g. spouwmuur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spouwen | meervoud |
| spouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spouwen
- gebiedende wijs van spouwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spouwen
Vervoeging van spouw
spouwhele werkwoord
Woordfamilie van spouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spouwtje | verkleinwoord | spouw |
| spouwtjes | verkleinwoord meervoud | spouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spouw zijn vastgelegd.