Naar de inhoud

spillen

besteden

spillen is meer dan één woord

spillen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. besteden
  2. verspillen

Vervoeging van spillen

spillenhele werkwoord — spildeverleden tijd enkelvoud — spildenverleden tijd meervoud — gespildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spil spilde
jij spilt spilde
hij, zij, het spilt spilde
wij spillen spilden
jullie spillen spilden
zij spillen spilden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gespild verleden tijd, deelwoord
gespild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spil gebiedende wijs
spilde verleden tijd
spille aanvoegende wijs
spillend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spillen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gespild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gespild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord spil

Herkomst

In de betekenis van ‘nutteloos besteden’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Woordfamilie van spillen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespild voltooid deelwoord spillen
spilde verleden tijd spillen
spilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spillen
spille aanvoegende wijs spillen
spillend onvoltooid deelwoord spillen
spillende woordvorm spillen
spilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spillen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spillen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over spillen

Wat betekent spillen?
Spillen is een werkwoord. Het woord betekent: besteden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je spillen?
Je vervoegt spillen als volgt: de tegenwoordige tijd is spil, de verleden tijd is spilde en het voltooid deelwoord is gespild. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spillen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. I 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spillen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. I 2
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

spillen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

spillen in het kort

spillen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van spillen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort spillen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

spillen: besteden
Deel spillen — standaardnederlands.nl