spietsen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈspitsə(n)Betekenis
- ter dood brengen door doorboring met een spiets
Hoe spreek je spietsen uit?
/ˈspitsən/
Spietsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- doorboren met een spies of ander puntig voorwerp transitive
Vervoeging van spietsen
spietsenhele werkwoord — spietsteverleden tijd enkelvoud — spietstenverleden tijd meervoud — gespietstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spiets | spietste |
| jij | spietst | spietste |
| hij, zij, het | spietst | spietste |
| wij | spietsen | spietsten |
| jullie | spietsen | spietsten |
| zij | spietsen | spietsten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gespietst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gespietst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gespietst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gespietst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gespietst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gespietst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gespietst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gespietst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gespietst | verleden tijd, deelwoord |
| gespietst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespietst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespietst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespietst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespietst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespietst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespietst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespietst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespietst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespietst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gespietst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gespietst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gespietst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gespietst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gespietst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gespietst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gespietst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespietst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spiets | gebiedende wijs |
| spietse | aanvoegende wijs |
| spietsend | onvoltooid, deelwoord |
| spietste | verleden tijd |
| te hebben gespietst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te spietsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen spietsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gespietst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespietst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gespietst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespietst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gespietst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gespietst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gespietst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gespietst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gespietst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gespietst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gespietst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gespietst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gespietst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gespietst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gespietst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gespietst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gespietst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gespietst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gespietst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gespietst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gespietst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespietst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gespietst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gespietst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespietst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gespietst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gespietst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespietst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespietst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespietst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespietst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespietst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespietst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespietst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespietst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespietst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespietst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespietst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespietst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespietst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespietst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespietst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespietst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespietst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespietst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespietst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen spietsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespietst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespietst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespietst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult spietsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spiets
Woordfamilie van spietsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gespietst | voltooid deelwoord | spietsen |
| gespietste | woordvorm | spietsen |
| spietse | aanvoegende wijs | spietsen |
| spietsend | onvoltooid deelwoord | spietsen |
| spietsende | woordvorm | spietsen |
| spietst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | spietsen |
| spietste | verleden tijd | spietsen |
| spietsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | spietsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spietsen zijn vastgelegd.