Naar de inhoud

spenderen

besteden

spenderen

werkwoord

Betekenis

  1. besteden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van spenderen

spenderenhele werkwoord — spendeerdeverleden tijd enkelvoud — spendeerdenverleden tijd meervoud — gespendeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spendeer spendeerde
jij spendeert spendeerde
hij, zij, het spendeert spendeerde
wij spenderen spendeerden
jullie spenderen spendeerden
zij spenderen spendeerden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gespendeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespendeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespendeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespendeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespendeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespendeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespendeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespendeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespendeerd verleden tijd, deelwoord
gespendeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespendeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespendeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespendeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespendeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespendeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespendeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespendeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespendeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespendeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespendeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespendeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespendeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spendeer gebiedende wijs
spendeerde verleden tijd
spendere aanvoegende wijs
spenderend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespendeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spenderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spenderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gespendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gespendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gespendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gespendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gespendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spenderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘besteden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1659

Woordfamilie van spenderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespendeerd voltooid deelwoord spenderen
gespendeerde woordvorm spenderen
spendeer gebiedende wijs spenderen
spendeerde verleden tijd spenderen
spendeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spenderen
spendeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spenderen
spendere aanvoegende wijs spenderen
spenderend onvoltooid deelwoord spenderen
spenderende woordvorm spenderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spenderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over spenderen

Wat betekent spenderen?
Spenderen is een werkwoord. Het woord betekent: besteden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je spenderen?
Je vervoegt spenderen als volgt: de tegenwoordige tijd is spendeer, de verleden tijd is spendeerde en het voltooid deelwoord is gespendeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spenderen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spenderen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

spenderen in het kort

spenderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van spenderen zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort spenderen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

spenderen: besteden
Deel spenderen — standaardnederlands.nl