speer
zelfstandig naamwoord /spɪːr/Betekenis
- een lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht, oorlogvoering of atletiek.
Hoe spreek je speer uit?
/spɪr/
Speer bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht, oorlogvoering of atletiek.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speertjes | verkleinwoord, meervoud |
| speren | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands spere, in de betekenis van ‘steekwapen’ aangetroffen vanaf 1220
Woordfamilie van speer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speertje | verkleinwoord | speer |
| speertjes | verkleinwoord meervoud | speer |
| speren | meervoud | speer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speer zijn vastgelegd.