Naar de inhoud

speechen

een speech houden.

speechen is meer dan één woord

speechen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een speech houden.

Vervoeging van speechen

speechenhele werkwoord — speechteverleden tijd enkelvoud — speechtenverleden tijd meervoud — gespeechtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik speech speechte
jij speecht speechte
hij, zij, het speecht speechte
wij speechen speechten
jullie speechen speechten
zij speechen speechten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gespeecht verleden tijd, deelwoord
gespeecht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeecht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespeecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespeecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespeecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespeecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespeecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespeecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespeecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespeecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeecht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespeecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespeecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespeecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
speech gebiedende wijs
speeche aanvoegende wijs
speechend onvoltooid, deelwoord
speechte verleden tijd
te hebben gespeecht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te speechen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen speechen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gespeecht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespeecht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal speechen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal speechen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal speechen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gespeecht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeecht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou speechen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou speechen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou speechen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespeecht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespeecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespeecht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden speechen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden speechen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden speechen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespeecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt speechen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespeecht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespeecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespeecht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen speechen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen speechen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen speechen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen speechen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespeecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult speechen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord speech

Woordfamilie van speechen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespeecht voltooid deelwoord speechen
speeche aanvoegende wijs speechen
speechend onvoltooid deelwoord speechen
speechende woordvorm speechen
speecht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon speechen
speechte verleden tijd speechen
speechten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon speechen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speechen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over speechen

Wat is de betekenis van speechen?
Speechen is een werkwoord. De betekenis is: een speech houden.
Hoe vervoeg ik speechen?
Zo vervoeg je speechen zo: de tegenwoordige tijd is speech, de verleden tijd is speechte en het voltooid deelwoord is gespeecht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord speechen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. E 1
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

speechen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. E 1
  4. E 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

speechen in het kort

speechen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van speechen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort speechen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

speechen: een speech houden.
Deel speechen — standaardnederlands.nl