sonde
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een peilstift om een moeilijk toegankelijke ruimte binnen een lichaam te verkennen, of om er gegevens op te nemen
- een instrument om voeding in vloeibare vorm toe te dienen
- een onbemand ruimtevaartuig voor de ruimteverkenning
- zonde
- meetpen, meetkop, testpen
- zondag
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sondes | meervoud |
| sondetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sondetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘peilstift’ voor het eerst aangetroffen in 1865
Woordfamilie van sonde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sondes | meervoud | sonde |
| sondetje | verkleinwoord | sonde |
| sondetjes | verkleinwoord meervoud | sonde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sonde zijn vastgelegd.