capsule
zelfstandig naamwoord kɑpˈsyləBetekenis
- omhulsel bij de opening (de mond) en hals van een fles
- een omhulsel, veelal van gelatine met een medicijn erin
- ruimtevaartuig dat personen dan wel materieel bevat
- zaadbol
Hoe spreek je capsule uit?
/kɑpˈsylə/
Capsule bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| s | sok |
| y | fuut |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| capsules | meervoud |
| capsuletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| capsuletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘(geneesmiddelen)omhulsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van capsule
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| capsules | meervoud | capsule |
| capsuletje | verkleinwoord | capsule |
| capsuletjes | verkleinwoord meervoud | capsule |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van capsule zijn vastgelegd.