solstitium
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de gebeurtenis waarbij het dagelijks toenemen van de zonshoogte bij het bereiken van een keerkring stopt, en overgaat in een afnemende zonshoogte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| solstitia | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zonnestilstand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1634
Woordfamilie van solstitium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| solstitia | meervoud | solstitium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van solstitium zijn vastgelegd.