Naar de inhoud

sodemieteren

vallen

sodemieteren

werkwoord

Betekenis

  1. vallen
  2. gooien
  3. sodomie bedrijven

Vervoeging van sodemieteren

sodemieterenhele werkwoord — sodemieterdeverleden tijd enkelvoud — sodemieterdenverleden tijd meervoud — gesodemieterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sodemieter sodemieterde
jij sodemietert sodemieterde
hij, zij, het sodemietert sodemieterde
wij sodemieteren sodemieterden
jullie sodemieteren sodemieterden
zij sodemieteren sodemieterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesodemieterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesodemieterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesodemieterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesodemieterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesodemieterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesodemieterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesodemieterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesodemieterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesodemieterd verleden tijd, deelwoord
gesodemieterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesodemieterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesodemieterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesodemieterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesodemieterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesodemieterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesodemieterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesodemieterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesodemieterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesodemieterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesodemieterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesodemieterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesodemieterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesodemieterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesodemieterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesodemieterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesodemieterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesodemieterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sodemieter gebiedende wijs
sodemieterde verleden tijd
sodemietere aanvoegende wijs
sodemieterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesodemieterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sodemieteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sodemieteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesodemieterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesodemieterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesodemieterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesodemieterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesodemieterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesodemieterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesodemieterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesodemieterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesodemieterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesodemieterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesodemieterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesodemieterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesodemieterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesodemieterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesodemieterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesodemieterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesodemieterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesodemieterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesodemieterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesodemieterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesodemieterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesodemieterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesodemieterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesodemieterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesodemieterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesodemieterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesodemieterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesodemieterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesodemieterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesodemieterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesodemieterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesodemieterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesodemieterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesodemieterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sodemieteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesodemieterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesodemieterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesodemieterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sodemieteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Volgens de meeste etymologische verklaringen afgeleid van sodomiet met het achtervoegsel -er.

Woordfamilie van sodemieteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesodemieterd voltooid deelwoord sodemieteren
gesodemieterde woordvorm sodemieteren
sodemieterde verleden tijd sodemieteren
sodemieterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sodemieteren
sodemietere aanvoegende wijs sodemieteren
sodemieterend onvoltooid deelwoord sodemieteren
sodemieterende woordvorm sodemieteren
sodemietert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sodemieteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sodemieteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sodemieteren

Wat betekent sodemieteren?
Sodemieteren is een werkwoord. Het woord betekent: vallen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je sodemieteren?
Je vervoegt sodemieteren als volgt: de tegenwoordige tijd is sodemieter, de verleden tijd is sodemieterde en het voltooid deelwoord is gesodemieterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sodemieteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. O 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. I 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sodemieteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. O 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. I 2
  7. E 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 zonder bonus
  14. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sodemieteren in het kort

sodemieteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van sodemieteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort sodemieteren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

sodemieteren: vallen
Deel sodemieteren — standaardnederlands.nl