sodemieteren
werkwoordBetekenis
- vallen
- gooien
- sodomie bedrijven
Vervoeging van sodemieteren
sodemieterenhele werkwoord — sodemieterdeverleden tijd enkelvoud — sodemieterdenverleden tijd meervoud — gesodemieterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sodemieter | sodemieterde |
| jij | sodemietert | sodemieterde |
| hij, zij, het | sodemietert | sodemieterde |
| wij | sodemieteren | sodemieterden |
| jullie | sodemieteren | sodemieterden |
| zij | sodemieteren | sodemieterden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesodemieterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesodemieterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesodemieterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesodemieterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesodemieterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesodemieterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesodemieterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesodemieterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesodemieterd | verleden tijd, deelwoord |
| gesodemieterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesodemieterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesodemieterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesodemieterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesodemieterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesodemieterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesodemieterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesodemieterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesodemieterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesodemieterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesodemieterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sodemieter | gebiedende wijs |
| sodemieterde | verleden tijd |
| sodemietere | aanvoegende wijs |
| sodemieterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesodemieterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sodemieteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sodemieteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sodemieteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Volgens de meeste etymologische verklaringen afgeleid van sodomiet met het achtervoegsel -er.
Woordfamilie van sodemieteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesodemieterd | voltooid deelwoord | sodemieteren |
| gesodemieterde | woordvorm | sodemieteren |
| sodemieterde | verleden tijd | sodemieteren |
| sodemieterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sodemieteren |
| sodemietere | aanvoegende wijs | sodemieteren |
| sodemieterend | onvoltooid deelwoord | sodemieteren |
| sodemieterende | woordvorm | sodemieteren |
| sodemietert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sodemieteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sodemieteren zijn vastgelegd.