besodemieteren
werkwoordBetekenis
- bedriegen
Vervoeging van besodemieteren
besodemieterenhele werkwoord — besodemieterdeverleden tijd enkelvoud — besodemieterdenverleden tijd meervoud — besodemieterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | besodemieter | besodemieterde |
| jij | besodemietert | besodemieterde |
| hij, zij, het | besodemietert | besodemieterde |
| wij | besodemieteren | besodemieterden |
| jullie | besodemieteren | besodemieterden |
| zij | besodemieteren | besodemieterden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| besodemieter | gebiedende wijs |
| besodemieterd | verleden tijd, deelwoord |
| besodemieterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| besodemieterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| besodemieterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besodemieterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besodemieterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besodemieterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| besodemieterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| besodemieterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besodemieterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besodemieterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besodemieterde | verleden tijd |
| besodemietere | aanvoegende wijs |
| besodemieterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is besodemieterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was besodemieterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd besodemieterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt besodemieterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal besodemieterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal besodemieterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou besodemieterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou besodemieterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had besodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had besodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had besodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden besodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden besodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden besodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt besodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben besodemieterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te besodemieteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben besodemieterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen besodemieteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart besodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren besodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren besodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren besodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was besodemieterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was besodemieterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was besodemieterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt besodemieterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal besodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal besodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal besodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt besodemieterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou besodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden besodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden besodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden besodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden besodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden besodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt besodemieterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besodemieterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen besodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen besodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen besodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen besodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen besodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besodemieteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult besodemieterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besodemieterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besodemieterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besodemieteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van sodemieter met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van besodemieteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| besodemieter | gebiedende wijs | besodemieteren |
| besodemieterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | besodemieteren |
| besodemietere | aanvoegende wijs | besodemieteren |
| besodemieterend | onvoltooid deelwoord | besodemieteren |
| besodemieterende | woordvorm | besodemieteren |
| besodemietert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | besodemieteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besodemieteren zijn vastgelegd.