Naar de inhoud

snezen

stelen, helen, verdonkeremanen

snezen

werkwoord

Betekenis

  1. stelen, helen, verdonkeremanen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van snezen

snezenhele werkwoord — sneesdeverleden tijd enkelvoud — sneesdenverleden tijd meervoud — gesneesdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snees sneesde
jij sneest sneesde
hij, zij, het sneest sneesde
wij snezen sneesden
jullie snezen sneesden
zij snezen sneesden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gesneesd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesneesd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesneesd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesneesd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesneesd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesneesd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesneesd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesneesd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesneesd verleden tijd, deelwoord
gesneesd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesneesd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesneesd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesneesd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesneesd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesneesd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesneesd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesneesd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesneesd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesneesd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesneesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesneesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesneesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesneesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesneesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesneesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesneesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesneesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snees gebiedende wijs
sneesde verleden tijd
sneze aanvoegende wijs
snezend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesneesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gesneesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesneesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesneesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gesneesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gesneesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesneesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gesneesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesneesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesneesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesneesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesneesd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesneesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gesneesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesneesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesneesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesneesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesneesd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesneesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesneesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesneesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesneesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesneesd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesneesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesneesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesneesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesneesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesneesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesneesd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesneesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van snezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesneesd voltooid deelwoord snezen
gesneesde woordvorm snezen
snees gebiedende wijs snezen
sneesde verleden tijd snezen
sneesden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snezen
sneest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snezen
sneze aanvoegende wijs snezen
snezend onvoltooid deelwoord snezen
snezende woordvorm snezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snezen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snezen

Wat is de betekenis van snezen?
Snezen is een werkwoord. De betekenis is: stelen, helen, verdonkeremanen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik snezen?
Zo vervoeg je snezen zo: de tegenwoordige tijd is snees, de verleden tijd is sneesde en het voltooid deelwoord is gesneesd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snezen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snezen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

snezen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snezen in het kort

snezen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van snezen staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snezen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snezen: stelen, helen, verdonkeremanen
Deel snezen — standaardnederlands.nl