Naar de inhoud

snauwen

iemand op geïrriteerde toon kortaf toespreken

snauwen is meer dan één woord

snauwen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iemand op geïrriteerde toon kortaf toespreken

Vervoeging van snauwen

snauwenhele werkwoord — snauwdeverleden tijd enkelvoud — snauwdenverleden tijd meervoud — gesnauwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snauw snauwde
jij snauwt snauwde
hij, zij, het snauwt snauwde
wij snauwen snauwden
jullie snauwen snauwden
zij snauwen snauwden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesnauwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesnauwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesnauwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesnauwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesnauwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesnauwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesnauwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesnauwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesnauwd verleden tijd, deelwoord
gesnauwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnauwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snauw gebiedende wijs
snauwde verleden tijd
snauwe aanvoegende wijs
snauwend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesnauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snauwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesnauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnauwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesnauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnauwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord snauw

Herkomst

In de betekenis van ‘bits spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Woordfamilie van snauwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnauwd voltooid deelwoord snauwen
gesnauwde woordvorm snauwen
snauwde verleden tijd snauwen
snauwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snauwen
snauwe aanvoegende wijs snauwen
snauwend onvoltooid deelwoord snauwen
snauwende woordvorm snauwen
snauwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snauwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snauwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snauwen

Wat is de betekenis van snauwen?
Snauwen is een werkwoord. De betekenis is: iemand op geïrriteerde toon kortaf toespreken.
Hoe vervoeg ik snauwen?
Zo vervoeg je snauwen zo: de tegenwoordige tijd is snauw, de verleden tijd is snauwde en het voltooid deelwoord is gesnauwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snauwen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. U 4
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snauwen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. U 2
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snauwen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snauwen in het kort

snauwen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van snauwen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snauwen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snauwen: iemand op geïrriteerde toon kortaf toespreken
Deel snauwen — standaardnederlands.nl