Naar de inhoud

snateren

een geluid voortbrengen zoals dat van eenden

snateren

werkwoord

Betekenis

  1. een geluid voortbrengen zoals dat van eenden
  2. luidkeels praten

Vervoeging van snateren

snaterenhele werkwoord — snaterdeverleden tijd enkelvoud — snaterdenverleden tijd meervoud — gesnaterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snater snaterde
jij snatert snaterde
hij, zij, het snatert snaterde
wij snateren snaterden
jullie snateren snaterden
zij snateren snaterden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesnaterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesnaterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesnaterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesnaterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesnaterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesnaterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesnaterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesnaterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesnaterd verleden tijd, deelwoord
gesnaterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnaterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnaterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnaterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnaterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnaterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnaterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnaterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnaterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnaterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnaterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnaterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnaterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnaterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnaterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnaterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnaterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snater gebiedende wijs
snaterde verleden tijd
snatere aanvoegende wijs
snaterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesnaterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snateren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snateren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesnaterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnaterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnaterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesnaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnaterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnaterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnaterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snateren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnaterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘een druk geluid maken (van vogels)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1437

Woordfamilie van snateren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnaterd voltooid deelwoord snateren
snaterde verleden tijd snateren
snaterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snateren
snatere aanvoegende wijs snateren
snaterend onvoltooid deelwoord snateren
snaterende woordvorm snateren
snatert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snateren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snateren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snateren

Wat is de betekenis van snateren?
Snateren is een werkwoord. De betekenis is: een geluid voortbrengen zoals dat van eenden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik snateren?
Zo vervoeg je snateren zo: de tegenwoordige tijd is snater, de verleden tijd is snaterde en het voltooid deelwoord is gesnaterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snateren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snateren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

snateren in het kort

snateren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van snateren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snateren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snateren: een geluid voortbrengen zoals dat van eenden
Deel snateren — standaardnederlands.nl