snaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grappenmaker
- lachwekkend persoon
- jonge, vreemde snuiter, rare man
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| snaken | meervoud |
Herkomst
Mogelijk van het Middelnederduitse snake, wat zowel "grappenmaker" als "adder" betekende (vgl. Engels snake). In de betekenis van ‘grappenmaker’ voor het eerst aangetroffen in 1625
Woordfamilie van snaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snaakje | verkleinwoord | snaak |
| snaakjes | verkleinwoord meervoud | snaak |
| snaken | meervoud | snaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snaak zijn vastgelegd.