snaaien
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- pikken
- lekker eten
Vervoeging van snaaien
snaaienhele werkwoord — snaaideverleden tijd enkelvoud — snaaidenverleden tijd meervoud — gesnaaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | snaai | snaaide |
| jij | snaait | snaaide |
| hij, zij, het | snaait | snaaide |
| wij | snaaien | snaaiden |
| jullie | snaaien | snaaiden |
| zij | snaaien | snaaiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesnaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesnaaid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesnaaid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesnaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesnaaid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesnaaid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesnaaid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesnaaid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesnaaid | verleden tijd, deelwoord |
| gesnaaid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesnaaid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesnaaid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesnaaid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesnaaid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesnaaid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesnaaid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesnaaid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesnaaid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesnaaid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesnaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesnaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesnaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesnaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesnaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesnaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesnaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesnaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| snaai | gebiedende wijs |
| snaaide | verleden tijd |
| snaaie | aanvoegende wijs |
| snaaiend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesnaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te snaaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen snaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesnaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesnaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesnaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesnaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesnaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesnaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesnaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesnaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesnaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesnaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesnaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesnaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesnaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesnaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesnaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesnaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesnaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesnaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesnaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesnaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesnaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesnaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesnaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesnaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesnaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesnaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesnaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesnaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesnaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesnaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesnaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesnaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesnaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesnaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen snaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesnaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesnaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesnaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult snaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord snaai
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘stelen’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Woordfamilie van snaaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesnaaid | voltooid deelwoord | snaaien |
| gesnaaide | woordvorm | snaaien |
| snaaide | verleden tijd | snaaien |
| snaaiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | snaaien |
| snaaie | aanvoegende wijs | snaaien |
| snaaiend | onvoltooid deelwoord | snaaien |
| snaaiende | woordvorm | snaaien |
| snaait | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | snaaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snaaien zijn vastgelegd.