Naar de inhoud

snaaien

pikken

snaaien is meer dan één woord

snaaien

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. pikken
  2. lekker eten

Vervoeging van snaaien

snaaienhele werkwoord — snaaideverleden tijd enkelvoud — snaaidenverleden tijd meervoud — gesnaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snaai snaaide
jij snaait snaaide
hij, zij, het snaait snaaide
wij snaaien snaaiden
jullie snaaien snaaiden
zij snaaien snaaiden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesnaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesnaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesnaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesnaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesnaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesnaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesnaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesnaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesnaaid verleden tijd, deelwoord
gesnaaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesnaaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesnaaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnaaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnaaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnaaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesnaaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesnaaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesnaaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesnaaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snaai gebiedende wijs
snaaide verleden tijd
snaaie aanvoegende wijs
snaaiend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesnaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snaaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesnaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesnaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesnaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesnaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesnaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesnaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesnaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesnaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesnaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesnaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesnaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesnaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesnaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesnaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesnaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesnaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesnaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord snaai

Herkomst

Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘stelen’ voor het eerst aangetroffen in 1897

Woordfamilie van snaaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnaaid voltooid deelwoord snaaien
gesnaaide woordvorm snaaien
snaaide verleden tijd snaaien
snaaiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snaaien
snaaie aanvoegende wijs snaaien
snaaiend onvoltooid deelwoord snaaien
snaaiende woordvorm snaaien
snaait aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snaaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snaaien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snaaien

Wat is de betekenis van snaaien?
Snaaien is een werkwoord. De betekenis is: pikken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik snaaien?
Zo vervoeg je snaaien zo: de tegenwoordige tijd is snaai, de verleden tijd is snaaide en het voltooid deelwoord is gesnaaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snaaien is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. A 1
  5. I 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snaaien levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 79 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. A 1
  5. I 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 zonder bonus
  9. 79 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snaaien telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snaaien in het kort

snaaien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van snaaien staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snaaien bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snaaien: pikken
Deel snaaien — standaardnederlands.nl