guit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grappig persoon en vooral een grappig klein kind
zelfstandig naamwoord — masculine
- grappig iemand (vooral van het mannelijk geslacht) ironic
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| guiten | meervoud |
| guitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| guitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘deugniet’ voor het eerst aangetroffen in 1501
Woordfamilie van guit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| guiten | meervoud | guit |
| guitje | verkleinwoord | guit |
| guitjes | verkleinwoord meervoud | guit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van guit zijn vastgelegd.