smouten
werkwoordBetekenis
- iets insmeren met olie of een vettige vloeistof
Vervoeging van smouten
smoutenhele werkwoord — smoutteverleden tijd enkelvoud — smouttenverleden tijd meervoud — gesmoutvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smout | smoutte |
| jij | smout | smoutte |
| hij, zij, het | smout | smoutte |
| wij | smouten | smoutten |
| jullie | smouten | smoutten |
| zij | smouten | smoutten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gesmout | verleden tijd, deelwoord |
| gesmout te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmout zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesmout | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesmout | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesmout | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesmout | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesmout | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesmout | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesmout | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesmout | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmout | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesmout | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmout | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesmout | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesmout | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmout | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmout | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smout | gebiedende wijs |
| smoute | aanvoegende wijs |
| smoutend | onvoltooid, deelwoord |
| smoutte | verleden tijd |
| te hebben gesmout | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te smouten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen smouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesmout hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesmout hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesmout hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal smouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal smouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal smouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesmout hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesmout hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesmout hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou smouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou smouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou smouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesmout hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesmout hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesmout hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden smouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden smouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden smouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesmout hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt smouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesmout hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesmout hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesmout hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen smouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen smouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen smouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen smouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesmout hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult smouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van smout (varkensvet)
Woordfamilie van smouten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesmout | voltooid deelwoord | smouten |
| gesmoute | woordvorm | smouten |
| smoute | aanvoegende wijs | smouten |
| smoutend | onvoltooid deelwoord | smouten |
| smoutende | woordvorm | smouten |
| smoutte | verleden tijd | smouten |
| smoutten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | smouten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smouten zijn vastgelegd.