Naar de inhoud

smouten

iets insmeren met olie of een vettige vloeistof

smouten

werkwoord

Betekenis

  1. iets insmeren met olie of een vettige vloeistof

Vervoeging van smouten

smoutenhele werkwoord — smoutteverleden tijd enkelvoud — smouttenverleden tijd meervoud — gesmoutvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smout smoutte
jij smout smoutte
hij, zij, het smout smoutte
wij smouten smoutten
jullie smouten smoutten
zij smouten smoutten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesmout verleden tijd, deelwoord
gesmout te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmout zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesmout voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesmout voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesmout voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesmout voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesmout voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesmout voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesmout voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesmout voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmout actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesmout voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmout voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesmout voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesmout voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmout voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmout voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smout gebiedende wijs
smoute aanvoegende wijs
smoutend onvoltooid, deelwoord
smoutte verleden tijd
te hebben gesmout actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smouten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smouten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesmout hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmout hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesmout hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesmout hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmout hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmout hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmout hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmout hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmout hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmout hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smouten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmout hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmout hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmout hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smouten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmout hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smouten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van smout (varkensvet)

Woordfamilie van smouten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesmout voltooid deelwoord smouten
gesmoute woordvorm smouten
smoute aanvoegende wijs smouten
smoutend onvoltooid deelwoord smouten
smoutende woordvorm smouten
smoutte verleden tijd smouten
smoutten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smouten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smouten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over smouten

Wat is de betekenis van smouten?
Smouten is een werkwoord. De betekenis is: iets insmeren met olie of een vettige vloeistof.
Hoe vervoeg ik smouten?
Zo vervoeg je smouten zo: de tegenwoordige tijd is smout, de verleden tijd is smoutte en het voltooid deelwoord is gesmout. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smouten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. O 1
  4. U 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smouten levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. O 1
  4. U 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

smouten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

smouten in het kort

smouten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van smouten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort smouten bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

smouten: iets insmeren met olie of een vettige vloeistof
Deel smouten — standaardnederlands.nl