Naar de inhoud

slijten

door het gebruik massa verliezen tot het stukgaat

slijten

werkwoord

Betekenis

  1. door het gebruik massa verliezen tot het stukgaat
  2. iets aan iemand ~: verkopen, met name van alcohol

werkwoord

  1. iets aan iemand ~: verkopen, met name van alcoholische drank transitive

Vervoeging van slijten

slijtenhele werkwoord — sleetverleden tijd enkelvoud — sletenverleden tijd meervoud — gesletenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slijt sleet
jij slijt sleet
hij, zij, het slijt sleet
wij slijten sleten
jullie slijten sleten
zij slijten sleten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesleten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesleten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesleten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesleten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesleten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesleten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesleten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesleten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesleten verleden tijd, deelwoord
gesleten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesleten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesleten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesleten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesleten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesleten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesleten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesleten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesleten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesleten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesleten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sleet verleden tijd
slijt gebiedende wijs
slijte aanvoegende wijs
slijtend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesleten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slijten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesleten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesleten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesleten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesleten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesleten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesleten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesleten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesleten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesleten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesleten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesleten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesleten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesleten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesleten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesleten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesleten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesleten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesleten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesleten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesleten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘door wrijving doen afnemen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van slijten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesleten voltooid deelwoord slijten
sleten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slijten
slijt gebiedende wijs slijten
slijte aanvoegende wijs slijten
slijtend onvoltooid deelwoord slijten
slijtende woordvorm slijten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slijten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over slijten

Wat betekent slijten?
Slijten is een werkwoord. Het woord betekent: door het gebruik massa verliezen tot het stukgaat. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je slijten?
Je vervoegt slijten als volgt: de tegenwoordige tijd is slijt, de verleden tijd is sleet en het voltooid deelwoord is gesleten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slijten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. I 1
  4. J 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slijten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. I 2
  4. J 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

slijten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

slijten in het kort

slijten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van slijten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort slijten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

slijten: door het gebruik massa verliezen tot het stukgaat
Deel slijten — standaardnederlands.nl