slijten
werkwoordBetekenis
- door het gebruik massa verliezen tot het stukgaat
- iets aan iemand ~: verkopen, met name van alcohol
werkwoord
- iets aan iemand ~: verkopen, met name van alcoholische drank transitive
Vervoeging van slijten
slijtenhele werkwoord — sleetverleden tijd enkelvoud — sletenverleden tijd meervoud — gesletenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | slijt | sleet |
| jij | slijt | sleet |
| hij, zij, het | slijt | sleet |
| wij | slijten | sleten |
| jullie | slijten | sleten |
| zij | slijten | sleten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesleten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesleten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesleten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesleten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesleten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesleten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesleten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesleten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesleten | verleden tijd, deelwoord |
| gesleten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesleten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesleten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesleten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesleten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesleten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesleten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesleten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesleten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesleten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesleten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesleten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesleten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesleten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesleten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesleten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesleten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesleten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sleet | verleden tijd |
| slijt | gebiedende wijs |
| slijte | aanvoegende wijs |
| slijtend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesleten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te slijten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen slijten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesleten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesleten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesleten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesleten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesleten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesleten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesleten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesleten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesleten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesleten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesleten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesleten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesleten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesleten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesleten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesleten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesleten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesleten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesleten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesleten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesleten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesleten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesleten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesleten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesleten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal slijten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal slijten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal slijten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesleten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesleten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesleten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesleten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesleten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesleten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesleten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou slijten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou slijten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou slijten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesleten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesleten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesleten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesleten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesleten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesleten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden slijten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden slijten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden slijten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesleten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesleten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt slijten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesleten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesleten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesleten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesleten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesleten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesleten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen slijten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen slijten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen slijten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen slijten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesleten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesleten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesleten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult slijten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘door wrijving doen afnemen’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van slijten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesleten | voltooid deelwoord | slijten |
| sleten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | slijten |
| slijt | gebiedende wijs | slijten |
| slijte | aanvoegende wijs | slijten |
| slijtend | onvoltooid deelwoord | slijten |
| slijtende | woordvorm | slijten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slijten zijn vastgelegd.