slijm
zelfstandig naamwoord, werkwoord /slɛɪm/Betekenis
- een kleverige stof die door slijmvliezen uitgescheiden wordt
- kleverige vloeistof
Hoe spreek je slijm uit?
/slɛim/
Slijm bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɛi | trein |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord
- kleverige stof die door slijmvliezen uitgescheiden wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slijmen | meervoud |
| slijmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slijmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slijmen
- gebiedende wijs van slijmen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slijmen
Vervoeging van slijm
slijmhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands slijm, in de betekenis van ‘kleverig vocht’ aangetroffen vanaf 1287
Woordfamilie van slijm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slijmpje | verkleinwoord | slijm |
| slijmpjes | verkleinwoord meervoud | slijm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slijm zijn vastgelegd.