Naar de inhoud

slaken

het uiten van een geluid, woord of kreet

slaken is meer dan één woord

slaken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. het uiten van een geluid, woord of kreet

Vervoeging van slaken

slakenhele werkwoord — slaakteverleden tijd enkelvoud — slaaktenverleden tijd meervoud — geslaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slaak slaakte
jij slaakt slaakte
hij, zij, het slaakt slaakte
wij slaken slaakten
jullie slaken slaakten
zij slaken slaakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geslaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geslaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geslaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geslaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geslaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geslaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geslaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geslaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geslaakt verleden tijd, deelwoord
geslaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geslaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geslaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geslaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geslaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geslaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geslaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geslaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slaak gebiedende wijs
slaakte verleden tijd
slake aanvoegende wijs
slakend onvoltooid, deelwoord
te hebben geslaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slaken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geslaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geslaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geslaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geslaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geslaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geslaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geslaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geslaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geslaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geslaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geslaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geslaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geslaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geslaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geslaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geslaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geslaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geslaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geslaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geslaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geslaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geslaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geslaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geslaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geslaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geslaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geslaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geslaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geslaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geslaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geslaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geslaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geslaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord slaak

Herkomst

In de betekenis van ‘uiten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1528

Woordfamilie van slaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslaakt voltooid deelwoord slaken
geslaakte woordvorm slaken
slaak gebiedende wijs slaken
slaakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon slaken
slaakte verleden tijd slaken
slaakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slaken
slake aanvoegende wijs slaken
slakend onvoltooid deelwoord slaken
slakende woordvorm slaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slaken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over slaken

Wat is de betekenis van slaken?
Slaken is een werkwoord. De betekenis is: het uiten van een geluid, woord of kreet.
Hoe vervoeg ik slaken?
Zo vervoeg je slaken zo: de tegenwoordige tijd is slaak, de verleden tijd is slaakte en het voltooid deelwoord is geslaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slaken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slaken levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

slaken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

slaken in het kort

slaken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van slaken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort slaken bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

slaken: het uiten van een geluid, woord of kreet
Deel slaken — standaardnederlands.nl