Naar de inhoud

sjoelen

een oud-Hollands gezelschapsspel gespeeld door houten schijven over de houten ondergrond van een sjoelbak te schuiven

sjoelen

werkwoord

Betekenis

  1. een oud-Hollands gezelschapsspel gespeeld door houten schijven over de houten ondergrond van een sjoelbak te schuiven

Vervoeging van sjoelen

sjoelenhele werkwoord — sjoeldeverleden tijd enkelvoud — sjoeldenverleden tijd meervoud — gesjoeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sjoel sjoelde
jij sjoelt sjoelde
hij, zij, het sjoelt sjoelde
wij sjoelen sjoelden
jullie sjoelen sjoelden
zij sjoelen sjoelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesjoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesjoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesjoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesjoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesjoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesjoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesjoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesjoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesjoeld verleden tijd, deelwoord
gesjoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesjoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesjoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesjoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesjoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesjoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesjoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesjoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesjoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesjoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesjoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesjoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesjoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sjoel gebiedende wijs
sjoelde verleden tijd
sjoele aanvoegende wijs
sjoelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesjoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sjoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sjoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesjoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesjoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesjoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesjoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesjoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesjoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesjoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesjoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesjoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesjoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesjoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesjoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesjoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sjoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesjoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sjoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘met de sjoelbak spelen’ voor het eerst aangetroffen in 1895-1896

Woordfamilie van sjoelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesjoeld voltooid deelwoord sjoelen
sjoelde verleden tijd sjoelen
sjoelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sjoelen
sjoele aanvoegende wijs sjoelen
sjoelend onvoltooid deelwoord sjoelen
sjoelende woordvorm sjoelen
sjoelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sjoelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sjoelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over sjoelen

Wat betekent sjoelen?
Sjoelen is een werkwoord. Het woord betekent: een oud-Hollands gezelschapsspel gespeeld door houten schijven over de houten ondergrond van een sjoelbak te schuiven.
Hoe vervoeg je sjoelen?
Je vervoegt sjoelen als volgt: de tegenwoordige tijd is sjoel, de verleden tijd is sjoelde en het voltooid deelwoord is gesjoeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sjoelen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. J 4
  3. O 1
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sjoelen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. J 4
  3. O 1
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

sjoelen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sjoelen in het kort

sjoelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van sjoelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort sjoelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

sjoelen: een oud-Hollands gezelschapsspel gespeeld door houten schijven over de houten ondergrond van een sjoelbak te schuiven
Deel sjoelen — standaardnederlands.nl