shampooën
werkwoordBetekenis
- met een shampoo behandelen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van shampooën
shampooënhele werkwoord — shampoodeverleden tijd enkelvoud — shampoodenverleden tijd meervoud — geshampoodvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | shampoo | shampoode |
| jij | shampoot | shampoode |
| hij, zij, het | shampoot | shampoode |
| wij | shampooën | shampooden |
| jullie | shampooën | shampooden |
| zij | shampooën | shampooden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geshampood | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geshampood | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geshampood | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geshampood | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geshampood worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geshampood zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geshampood worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geshampood zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geshampood | verleden tijd, deelwoord |
| geshampood te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geshampood te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geshampood te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geshampood te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geshampood te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geshampood worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geshampood zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geshampood zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geshampood zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geshampood zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geshampood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geshampood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geshampood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geshampood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geshampood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geshampood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geshampood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geshampood | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| shampoo | gebiedende wijs |
| shampoode | verleden tijd |
| shampooë | aanvoegende wijs |
| shampooënd | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geshampood | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te shampooën | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen shampooën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geshampood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geshampood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geshampood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geshampood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geshampood | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geshampood | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geshampood | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geshampood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geshampood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geshampood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geshampood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geshampood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geshampood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geshampood | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geshampood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geshampood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geshampood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geshampood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geshampood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geshampood | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geshampood hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geshampood hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geshampood hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geshampood zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geshampood zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geshampood | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geshampood hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geshampood hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geshampood hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geshampood zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geshampood zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geshampood zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geshampood hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geshampood hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geshampood hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geshampood zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geshampood zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geshampood zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geshampood hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geshampood zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geshampood hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geshampood hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geshampood hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geshampood zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geshampood zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geshampood zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen shampooën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geshampood hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geshampood worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geshampood zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult shampooën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afleiding van shampoo + '-en'
Woordfamilie van shampooën
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geshampood | voltooid deelwoord | shampooën |
| geshampoode | woordvorm | shampooën |
| shampoode | verleden tijd | shampooën |
| shampooden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | shampooën |
| shampoot | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | shampooën |
| shampooë | aanvoegende wijs | shampooën |
| shampooënd | onvoltooid deelwoord | shampooën |
| shampooënde | woordvorm | shampooën |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van shampooën zijn vastgelegd.