seconderen
werkwoordBetekenis
- helpen, bijstaan, ondersteunen (b.v. als getuige bij een duel)
Vervoeging van seconderen
seconderenhele werkwoord — secondeerdeverleden tijd enkelvoud — secondeerdenverleden tijd meervoud — gesecondeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | secondeer | secondeerde |
| jij | secondeert | secondeerde |
| hij, zij, het | secondeert | secondeerde |
| wij | seconderen | secondeerden |
| jullie | seconderen | secondeerden |
| zij | seconderen | secondeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesecondeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesecondeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesecondeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesecondeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesecondeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesecondeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesecondeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesecondeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesecondeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesecondeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesecondeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesecondeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesecondeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesecondeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesecondeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesecondeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesecondeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesecondeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesecondeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesecondeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| secondeer | gebiedende wijs |
| secondeerde | verleden tijd |
| secondere | aanvoegende wijs |
| seconderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesecondeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te seconderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen seconderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesecondeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesecondeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesecondeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesecondeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesecondeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesecondeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesecondeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesecondeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesecondeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesecondeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesecondeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesecondeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesecondeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesecondeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesecondeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesecondeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesecondeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesecondeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesecondeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesecondeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesecondeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesecondeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesecondeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesecondeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesecondeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesecondeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesecondeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesecondeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen seconderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesecondeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesecondeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesecondeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult seconderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘helpen’ voor het eerst aangetroffen in 1602
Woordfamilie van seconderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesecondeerd | voltooid deelwoord | seconderen |
| gesecondeerde | woordvorm | seconderen |
| secondeer | gebiedende wijs | seconderen |
| secondeerde | verleden tijd | seconderen |
| secondeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | seconderen |
| secondeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | seconderen |
| secondere | aanvoegende wijs | seconderen |
| seconderend | onvoltooid deelwoord | seconderen |
| seconderende | woordvorm | seconderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van seconderen zijn vastgelegd.