| er is gescoord |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gescoord |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gescoord |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gescoord |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gescoord worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gescoord zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gescoord worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gescoord zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gescoord |
verleden tijd, deelwoord
|
| gescoord te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gescoord zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gescoord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gescoord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gescoord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gescoord |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gescoord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gescoord |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gescoord |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gescoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gescoord |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gescoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gescoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gescoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gescoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gescoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gescoord |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| scoor |
gebiedende wijs
|
| scoorde |
verleden tijd
|
| score |
aanvoegende wijs
|
| scorend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gescoord |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te scoren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen scoren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gescoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gescoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gescoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gescoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gescoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gescoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gescoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gescoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gescoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gescoord hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gescoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gescoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gescoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen scoren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gescoord hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult scoren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|