schilferen
werkwoordBetekenis
- schilfers loslaten
Vervoeging van schilferen
schilferenhele werkwoord — schilferdeverleden tijd enkelvoud — schilferdenverleden tijd meervoud — geschilferdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schilfer | schilferde |
| jij | schilfert | schilferde |
| hij, zij, het | schilfert | schilferde |
| wij | schilferen | schilferden |
| jullie | schilferen | schilferden |
| zij | schilferen | schilferden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschilferd | verleden tijd, deelwoord |
| geschilferd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschilferd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schilfer | gebiedende wijs |
| schilferde | verleden tijd |
| schilfere | aanvoegende wijs |
| schilferend | onvoltooid, deelwoord |
| te schilferen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geschilferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schilferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geschilferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschilferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geschilferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschilferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geschilferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geschilferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geschilferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal geschilferd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschilferd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschilferd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geschilferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geschilferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geschilferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschilferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschilferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschilferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschilferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschilferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschilferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschilferd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschilferd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschilferd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schilferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschilferd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schilferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van schilfer met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van schilferen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschilferd | voltooid deelwoord | schilferen |
| schilferde | verleden tijd | schilferen |
| schilferden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schilferen |
| schilfere | aanvoegende wijs | schilferen |
| schilferend | onvoltooid deelwoord | schilferen |
| schilferende | woordvorm | schilferen |
| schilfert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schilferen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schilferen zijn vastgelegd.