geschift
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- gek, malende, getikt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geschifte | verbogen, stellende trap |
| geschifter | onverbogen, vergrotende trap |
| geschiftere | verbogen, vergrotende trap |
| geschifters | partitief, vergrotende trap |
| geschifts | partitief, stellende trap |
| geschiftst | onverbogen, overtreffende trap |
| geschiftste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van schiften
Vervoeging van geschift
geschifthele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van schiften met het voorvoegsel ge-
Woordfamilie van geschift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschifter | vergrotende trap | geschift |
| geschiftere | verbogen vergrotende trap | geschift |
| geschifters | partitieve vergrotende trap | geschift |
| geschifts | partitive, positive | geschift |
| geschiftst | uninflected, superlative | geschift |
| geschiftste | inflected, superlative | geschift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geschift zijn vastgelegd.