scherpen
werkwoordBetekenis
- scherp maken
- scherpzinnig maken, de zintuigen scherper laten waarnemen
Vervoeging van scherpen
scherpenhele werkwoord — scherpteverleden tijd enkelvoud — scherptenverleden tijd meervoud — gescherptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | scherp | scherpte |
| jij | scherpt | scherpte |
| hij, zij, het | scherpt | scherpte |
| wij | scherpen | scherpten |
| jullie | scherpen | scherpten |
| zij | scherpen | scherpten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gescherpt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gescherpt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gescherpt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gescherpt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gescherpt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gescherpt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gescherpt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gescherpt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gescherpt | verleden tijd, deelwoord |
| gescherpt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gescherpt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gescherpt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescherpt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescherpt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescherpt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gescherpt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gescherpt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gescherpt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gescherpt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gescherpt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| scherp | gebiedende wijs |
| scherpe | aanvoegende wijs |
| scherpend | onvoltooid, deelwoord |
| scherpte | verleden tijd |
| te hebben gescherpt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te scherpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen scherpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen scherpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult scherpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van scherp.
Woordfamilie van scherpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gescherpt | voltooid deelwoord | scherpen |
| gescherpte | woordvorm | scherpen |
| scherpend | onvoltooid deelwoord | scherpen |
| scherpende | woordvorm | scherpen |
| scherpt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | scherpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scherpen zijn vastgelegd.