Naar de inhoud

scherpen

scherp maken

scherpen

werkwoord

Betekenis

  1. scherp maken
  2. scherpzinnig maken, de zintuigen scherper laten waarnemen

Vervoeging van scherpen

scherpenhele werkwoord — scherpteverleden tijd enkelvoud — scherptenverleden tijd meervoud — gescherptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik scherp scherpte
jij scherpt scherpte
hij, zij, het scherpt scherpte
wij scherpen scherpten
jullie scherpen scherpten
zij scherpen scherpten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gescherpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gescherpt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gescherpt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gescherpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gescherpt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gescherpt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gescherpt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gescherpt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gescherpt verleden tijd, deelwoord
gescherpt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gescherpt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gescherpt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescherpt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescherpt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescherpt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gescherpt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gescherpt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gescherpt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gescherpt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gescherpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gescherpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gescherpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gescherpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gescherpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gescherpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gescherpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gescherpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
scherp gebiedende wijs
scherpe aanvoegende wijs
scherpend onvoltooid, deelwoord
scherpte verleden tijd
te hebben gescherpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te scherpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen scherpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gescherpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gescherpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gescherpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gescherpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gescherpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gescherpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gescherpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gescherpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gescherpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gescherpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gescherpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gescherpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gescherpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gescherpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gescherpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gescherpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gescherpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gescherpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gescherpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gescherpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gescherpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescherpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gescherpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gescherpt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescherpt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal scherpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal scherpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal scherpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gescherpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gescherpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescherpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescherpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescherpt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescherpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescherpt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou scherpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou scherpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou scherpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gescherpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gescherpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gescherpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gescherpt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gescherpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gescherpt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden scherpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden scherpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden scherpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gescherpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gescherpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt scherpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gescherpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gescherpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gescherpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gescherpt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gescherpt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gescherpt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen scherpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen scherpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen scherpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen scherpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gescherpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gescherpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gescherpt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult scherpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van scherp.

Woordfamilie van scherpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gescherpt voltooid deelwoord scherpen
gescherpte woordvorm scherpen
scherpend onvoltooid deelwoord scherpen
scherpende woordvorm scherpen
scherpt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon scherpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scherpen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over scherpen

Wat is de betekenis van scherpen?
Scherpen is een werkwoord. De betekenis is: scherp maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik scherpen?
Zo vervoeg je scherpen zo: de tegenwoordige tijd is scherp, de verleden tijd is scherpte en het voltooid deelwoord is gescherpt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord scherpen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

scherpen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

scherpen in het kort

scherpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van scherpen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort scherpen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

scherpen: scherp maken
Deel scherpen — standaardnederlands.nl