scherprechter
zelfstandig naamwoord ˈsxɛrᵊpˌrɛxtərBetekenis
- traditioneel de uitvoerder van van overheidswege opgelegde lijfstraffen en aangesteld om ter dood veroordeelden te executeren
- iets wat een duidelijk onderscheid oplevert voor succes of falen
Hoe spreek je scherprechter uit?
/ˈsxɛrəpˌrɛxtər/
Scherprechter bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| p | pak |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scherprechters | meervoud |
| scherprechtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scherprechtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands scharprechter, op te vatten als samenstelling van scherp zn en rechter zn , in de betekenis van ‘beul voor doodstraffen’ voor het eerst aangetroffen in 1454
Woordfamilie van scherprechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scherprechters | meervoud | scherprechter |
| scherprechtertje | verkleinwoord | scherprechter |
| scherprechtertjes | verkleinwoord meervoud | scherprechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scherprechter zijn vastgelegd.