schermen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /sxɛrmən/Betekenis
- volgens regels een oefengevecht houden met een blank wapen of een stok
Hoe spreek je schermen uit?
/sxɛrmən/
Schermen bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van schermen
schermenhele werkwoord — schermdeverleden tijd enkelvoud — schermdenverleden tijd meervoud — geschermdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | scherm | schermde |
| jij | schermt | schermde |
| hij, zij, het | schermt | schermde |
| wij | schermen | schermden |
| jullie | schermen | schermden |
| zij | schermen | schermden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geschermd | verleden tijd, deelwoord |
| geschermd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschermd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschermd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschermd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschermd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschermd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschermd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschermd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschermd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschermd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschermd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschermd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschermd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschermd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschermd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschermd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschermd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| scherm | gebiedende wijs |
| schermde | verleden tijd |
| scherme | aanvoegende wijs |
| schermend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geschermd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schermen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schermen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geschermd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschermd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschermd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schermen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schermen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schermen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geschermd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschermd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschermd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schermen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schermen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schermen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschermd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschermd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschermd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schermen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schermen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schermen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschermd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schermen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschermd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschermd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschermd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schermen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schermen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schermen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schermen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschermd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schermen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- achter de schermen: in het verborgene
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord scherm
Herkomst
In de betekenis van ‘vechten met degen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van schermen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschermd | voltooid deelwoord | schermen |
| schermde | verleden tijd | schermen |
| schermden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schermen |
| scherme | aanvoegende wijs | schermen |
| schermend | onvoltooid deelwoord | schermen |
| schermende | woordvorm | schermen |
| schermt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schermen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schermen zijn vastgelegd.