schenkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onderbeen bij de mens, tussen knie en voet
- onderste gedeelte van de (achter)poten bij viervoetigen (inclusief het vlees)
- zwaar touw om een takel te verlengen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schenkels | meervoud |
| schenkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schenkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘onderbeen’ voor het eerst aangetroffen in 1267
Woordfamilie van schenkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schenkels | meervoud | schenkel |
| schenkeltje | verkleinwoord | schenkel |
| schenkeltjes | verkleinwoord meervoud | schenkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schenkel zijn vastgelegd.