Naar de inhoud

schalen

~ met: zich verhouden tot iets of iemand

schalen is meer dan één woord

schalen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. ~ met: zich verhouden tot iets of iemand

Vervoeging van schalen

schalenhele werkwoord — schaaldeverleden tijd enkelvoud — schaaldenverleden tijd meervoud — geschaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schaal schaalde
jij schaalt schaalde
hij, zij, het schaalt schaalde
wij schalen schaalden
jullie schalen schaalden
zij schalen schaalden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschaald verleden tijd, deelwoord
geschaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schaal gebiedende wijs
schaalde verleden tijd
schale aanvoegende wijs
schalend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schalen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schaal

Woordfamilie van schalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschaald voltooid deelwoord schalen
geschaalde woordvorm schalen
schaalde verleden tijd schalen
schaalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schalen
schaalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schalen
schale aanvoegende wijs schalen
schalend onvoltooid deelwoord schalen
schalende woordvorm schalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schalen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schalen

Wat is de betekenis van schalen?
Schalen is een werkwoord. De betekenis is: ~ met: zich verhouden tot iets of iemand.
Hoe vervoeg ik schalen?
Zo vervoeg je schalen zo: de tegenwoordige tijd is schaal, de verleden tijd is schaalde en het voltooid deelwoord is geschaald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schalen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schalen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 121 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 zonder bonus
  9. 121 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

schalen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

schalen in het kort

schalen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van schalen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schalen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schalen: ~ met: zich verhouden tot iets of iemand
Deel schalen — standaardnederlands.nl