| - |
impersonal, passief
|
| ben geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is geschaduwd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was geschaduwd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd geschaduwd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt geschaduwd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal geschaduwd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal geschaduwd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou geschaduwd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou geschaduwd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| geschaduwd |
verleden tijd, deelwoord
|
| geschaduwd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geschaduwd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geschaduwd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geschaduwd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geschaduwd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geschaduwd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geschaduwd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geschaduwd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geschaduwd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geschaduwd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geschaduwd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| schaduw |
gebiedende wijs
|
| schaduwde |
verleden tijd
|
| schaduwe |
aanvoegende wijs
|
| schaduwend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben geschaduwd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te schaduwen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen schaduwen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was geschaduwd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt geschaduwd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal geschaduwd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geschaduwd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal geschaduwd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal geschaduwd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geschaduwd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt geschaduwd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou geschaduwd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geschaduwd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geschaduwd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geschaduwd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geschaduwd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geschaduwd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden geschaduwd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geschaduwd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geschaduwd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geschaduwd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geschaduwd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geschaduwd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt geschaduwd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geschaduwd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen geschaduwd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geschaduwd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geschaduwd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geschaduwd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geschaduwd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geschaduwd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen schaduwen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult geschaduwd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geschaduwd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geschaduwd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult schaduwen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|