schaduw
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈsxaː.dyu̯/Betekenis
- een slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
- een donkere vorm op muur, schildering of grond
Hoe spreek je schaduw uit?
/ˈsxadyu/
Schaduw bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| d | dak |
| y | fuut |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
- donkere vorm op muur, schildering of grond
- bepaald archetype in de jungiaanse psychologie, een onbewust aspect van de persoonlijkheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaduwen | meervoud |
| schaduwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schaduwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaduwen
- gebiedende wijs van schaduwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaduwen
Vervoeging van schaduw
schaduwhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘silhouet, schim’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1300
Woordfamilie van schaduw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaduwtje | verkleinwoord | schaduw |
| schaduwtjes | verkleinwoord meervoud | schaduw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaduw zijn vastgelegd.