schaatsenrijder
zelfstandig naamwoord ˈsxatsə(n)ˌrɛidərBetekenis
- iemand die zich op de schaats voortbeweegt
- Gerris lacustris, een insect dat zich dank zij de oppervlaktespanning op het wateroppervlak voortbeweegt
Hoe spreek je schaatsenrijder uit?
/ˈsxatsənˌrɛidər/
Schaatsenrijder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- insect uit de familie Gerridae van de insecten en behorend tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera) dat zich dank zij de oppervlaktespanning op het wateroppervlak kan voortbewegen figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaatsenrijders | meervoud |
| schaatsenrijdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schaatsenrijdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van schaatsenrijden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van schaatsenrijder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaatsenrijdertje | verkleinwoord | schaatsenrijder |
| schaatsenrijdertjes | verkleinwoord meervoud | schaatsenrijder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaatsenrijder zijn vastgelegd.