scanner
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een elektronisch apparaat waarmee op papier gedrukte tekst of afbeeldingen worden omgezet in digitale bestanden voor een computer
- een (rand-) apparaat om barcodes mee te lezen
- een radiocommunicatie-ontvanger (mobilofoon, portofoon e.d.) die steeds alle kanalen langsgaat en stopt op een bezet kanaal
- de in de geneeskunde toegepaste instrumenten waarmee volgens verschillende technieken, beelden worden verkregen die uit vele lagen zijn samengesteld
- een toestel voor de identificatie van dieren met een ingebrachte microchip
- barcodelezer; een (rand)apparaat om barcodes mee te lezen
- čtečka čárových kódů
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scanners | meervoud |
| scannertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scannertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘optisch apparaat dat beeld e.d. aftast’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van scanner
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scanners | meervoud | scanner |
| scannertje | verkleinwoord | scanner |
| scannertjes | verkleinwoord meervoud | scanner |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scanner zijn vastgelegd.