scannen
werkwoordBetekenis
- optisch lezen, aftasten
- een meting verrichten als functie van een veranderende grootheid
- door heen en weer bewegen van de ogen de omgeving aftasten
Vervoeging van scannen
scannenhele werkwoord — scandeverleden tijd enkelvoud — scandenverleden tijd meervoud — gescandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | scan | scande |
| jij | scant | scande |
| hij, zij, het | scant | scande |
| wij | scannen | scanden |
| jullie | scannen | scanden |
| zij | scannen | scanden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gescand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gescand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gescand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gescand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gescand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gescand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gescand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gescand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gescand | verleden tijd, deelwoord |
| gescand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gescand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gescand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gescand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gescand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gescand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gescand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gescand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gescand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gescand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gescand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gescand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gescand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gescand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gescand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gescand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| scan | gebiedende wijs |
| scande | verleden tijd |
| scanne | aanvoegende wijs |
| scannend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gescand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te scannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen scannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gescand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gescand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal scannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal scannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal scannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gescand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou scannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou scannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou scannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gescand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gescand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gescand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden scannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden scannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden scannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gescand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt scannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gescand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gescand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gescand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen scannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen scannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen scannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen scannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gescand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult scannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van scannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gescand | voltooid deelwoord | scannen |
| gescande | woordvorm | scannen |
| scande | verleden tijd | scannen |
| scanden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | scannen |
| scanne | aanvoegende wijs | scannen |
| scannend | onvoltooid deelwoord | scannen |
| scannende | woordvorm | scannen |
| scant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | scannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scannen zijn vastgelegd.