samenstel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- uit delen gevormd geheel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| samenstellen | meervoud |
| samenstelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| samenstelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van samenstellen
Vervoeging van samenstel
samenstelhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van samen en stel
Woordfamilie van samenstel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| samenstelletje | verkleinwoord | samenstel |
| samenstelletjes | verkleinwoord meervoud | samenstel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van samenstel zijn vastgelegd.