Naar de inhoud

samensmelten

door smelten tot een geheel worden

samensmelten

werkwoord

Betekenis

  1. door smelten tot een geheel worden
  2. door smelten tot een geheel maken

Vervoeging van samensmelten

samensmeltenhele werkwoord — smolt samenverleden tijd enkelvoud — smolten samenverleden tijd meervoud — samengesmoltenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smelt samen smolt samen
jij smelt samen smolt samen
hij, zij, het smelt samen smolt samen
wij smelten samen smolten samen
jullie smelten samen smolten samen
zij smelten samen smolten samen
Alle 79 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
er is samengesmolten impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was samengesmolten impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd samengesmolten impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt samengesmolten impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal samengesmolten worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal samengesmolten zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou samengesmolten worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou samengesmolten zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben samengesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is samengesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
samen te smelten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
samen te zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
samen zal smelten bijzin, toekomende tijd
samen zou smelten bijzin, voorwaardelijk
samen zouden smelten bijzin, voorwaardelijk
samen zoudt smelten bijzin, voorwaardelijk
samen zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
samen zullen smelten bijzin, toekomende tijd
samen zult smelten bijzin, toekomende tijd
samengesmolten verleden tijd, deelwoord
samengesmolten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
samengesmolten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
samengesmolten te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
samengesmolten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
samengesmolten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
samengesmolten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
samengesmolten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
samengesmolten zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
samengesmolten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
samengesmolten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
samensmelt bijzin, tegenwoordige tijd
samensmeltend onvoltooid, deelwoord
samensmolt bijzin, verleden tijd
samensmolten bijzin, verleden tijd
smelt samen gebiedende wijs
smolt samen verleden tijd
te hebben/zijn samengesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen samensmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren samengesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was samengesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd samengesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden samengesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden samengesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt samengesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal samengesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal samengesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal samensmelten bijzin, toekomende tijd
zijn samengesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn samengesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou samengesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou samengesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou samensmelten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) samensmelten samen zou(dt) smelten bijzin, voorwaardelijk
zouden samengesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden samengesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden samensmelten bijzin, voorwaardelijk
zoudt samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt samensmelten bijzin, voorwaardelijk
zullen samengesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen samengesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen samensmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen samensmelten bijzin, toekomende tijd
zult samensmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult samensmelten bijzin, toekomende tijd
zult/zal samensmelten samen zult/zal smelten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van samen en smelten

Woordfamilie van samensmelten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
samengesmolten voltooid deelwoord samensmelten
samensmelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd samensmelten
samensmelte with-subordinate-clause samensmelten
samensmeltend onvoltooid deelwoord samensmelten
samensmeltende woordvorm samensmelten
samensmolt subordinate-clause, verleden tijd samensmelten
samensmolten subordinate-clause, verleden tijd samensmelten
smelt samen gebiedende wijs samensmelten
smelte samen woordvorm samensmelten
smelten samen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon samensmelten
smolt samen verleden tijd samensmelten
smolten samen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon samensmelten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van samensmelten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over samensmelten

Wat is de betekenis van samensmelten?
Samensmelten is een werkwoord. De betekenis is: door smelten tot een geheel worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik samensmelten?
Zo vervoeg je samensmelten zo: het voltooid deelwoord is samengesmolten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord samensmelten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. S 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

samensmelten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. S 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

samensmelten in het kort

samensmelten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van samensmelten staan er 64 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort samensmelten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

samensmelten: door smelten tot een geheel worden
Deel samensmelten — standaardnederlands.nl