Naar de inhoud

saboteren

belemmeren (uit protest)

saboteren

werkwoord

Betekenis

  1. belemmeren (uit protest)

Vervoeging van saboteren

saboterenhele werkwoord — saboteerdeverleden tijd enkelvoud — saboteerdenverleden tijd meervoud — gesaboteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik saboteer saboteerde
jij saboteert saboteerde
hij, zij, het saboteert saboteerde
wij saboteren saboteerden
jullie saboteren saboteerden
zij saboteren saboteerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesaboteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesaboteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesaboteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesaboteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesaboteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesaboteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesaboteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesaboteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesaboteerd verleden tijd, deelwoord
gesaboteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesaboteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesaboteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesaboteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesaboteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesaboteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesaboteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesaboteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesaboteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesaboteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesaboteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesaboteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesaboteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesaboteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesaboteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesaboteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesaboteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
saboteer gebiedende wijs
saboteerde verleden tijd
sabotere aanvoegende wijs
saboterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesaboteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te saboteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen saboteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesaboteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesaboteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesaboteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal saboteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal saboteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal saboteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesaboteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesaboteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesaboteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou saboteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou saboteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou saboteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesaboteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesaboteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesaboteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden saboteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden saboteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden saboteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesaboteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt saboteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesaboteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesaboteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesaboteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen saboteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen saboteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen saboteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen saboteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesaboteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult saboteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘belemmeren uit protest’ voor het eerst aangetroffen in 1920

Woordfamilie van saboteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesaboteerd voltooid deelwoord saboteren
gesaboteerde woordvorm saboteren
saboteer gebiedende wijs saboteren
saboteerde verleden tijd saboteren
saboteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon saboteren
saboteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon saboteren
sabotere aanvoegende wijs saboteren
saboterend onvoltooid deelwoord saboteren
saboterende woordvorm saboteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van saboteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over saboteren

Wat is de betekenis van saboteren?
Saboteren is een werkwoord. De betekenis is: belemmeren (uit protest).
Hoe vervoeg ik saboteren?
Zo vervoeg je saboteren zo: de tegenwoordige tijd is saboteer, de verleden tijd is saboteerde en het voltooid deelwoord is gesaboteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord saboteren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. A 1
  3. B 3
  4. O 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

saboteren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. A 1
  3. B 4
  4. O 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

saboteren in het kort

saboteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van saboteren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort saboteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

saboteren: belemmeren (uit protest)
Deel saboteren — standaardnederlands.nl